Gevecht om de creatieven
10 januari 2006
In spannende, moedmakende ontwikkelingen voelen wij ons thuis.
In ons postindustriële tijdperk is menselijke creativiteit de motor van de economische groei. Maar die groei kan alleen standhouden wanneer wij de creativiteit aanspreken van het overgrote deel van de beroepsbevolking, waarschuwt Richard Florida.
Richard Florida leunt ontspannen achterover op zijn kamer in het majestueuze Hotel Kämp, hartje Helsinki. In het parkje buiten aan de boulevard ligt de sneeuw een halve meter hoog. De 'über-coole' professor of economics heeft de vorige avond op uitnodiging van het Finse uitgeefconcern Sanoma zevenhonderd belangstellenden toegesproken in Kaapeli. Deze kolossale kabelfabriek, ooit de geboorteplaats van Nokia , biedt nu onderdak aan beeldende kunstenaars, musici, tentoonstellingen. Gaandeweg worden de plekken van het industriële tijdperk het bezit van de nieuwe economie - een ontwikkeling waarop de Amerikaanse econoom ook de nodige invloed lijkt te hebben gehad. Er zijn maar weinig zichzelf respecterende gemeentebestuurders die nog nooit van Florida hebben gehoord. Zijn bestseller The Rise of the Creative Class heeft reeds menig beleidsplan beïnvloed en lijkt nu ook de vastgoedsector bereikt te hebben. Het thema de creatieve stad staat op de agenda van projectontwikkelaars.
Inmiddels is Florida zelf een stap verder. Binnenkort verschijnt zijn nieuwe boek The Flight of the Creative Class. Zijn boodschap? Talent globaliseert en keert Amerika de rug toe, en een economie die exclusief steunt op dertig procent creatieve kenniswerkers houdt geen stand. 'Het is de uitdaging van onze tijd om een meer inclusieve, creatieve samenleving te bouwen', zo vat hij zijn standpunt samen.
Florida is in Finland een graag geziene gast. Het land scoort hoog in Florida's eerste 'Global Creativity Index', te publiceren in The Flight of the Creative Class. De lijst van 45 landen gerangschikt naar de mate waarin ze innovatief zijn, talent aantrekken en openstaan voor buitenstaanders wordt gedomineerd door de Scandinavische landen. Nederland staat toch nog achtste, ondanks de moord op Van Gogh. Florida is volledig op de hoogte. Van Hirsi Ali, Wilders, Aboutaleb en Cohen tot Geert Mak - de Amerikaanse bladen boden een prima analyse.
U schat een aantal West-Europese landen hoog in qua economische potentie voor de toekomst. Maar de spanningen ten opzichte van immigranten en de islam zijn hier wel opgelopen. Hoe plaatst u die ontwikkelingen?
‘Die spanningen zijn een onderdeel van het proces van globalisering en globalisering hangt samen met de opkomst van de creatieve economie. Na de globalisering van de handel en van de bedrijven, zie je nu de globalisering van mensen. Dat levert nieuwe winnaars en verliezers op, niet alleen bij de concurrentiestrijd tussen stedelijke gebieden, maar ook in een kloof tussen mensen. De spanningen rondom immigranten en de islam is in essentie geen migratiekwestie, maar een klassenkwestie. De creatieve economie leidt niet alleen tot welvaart, maar ook tot klassentegenstellingen. Tegenstellingen tussen een goed verdienende, creatieve elite aan de ene kant en de dienstensector en het productiewerk aan de andere kant. Het productiewerk verdwijnt naar lagelonenlanden. Maar de schoonmakers, kinderoppassers en pizzakoeriers zijn veroordeeld om slecht betaald en uitzichtloos werk te doen: "You can't outsource the person who waxes your eyebrows". Het falen om de creatieve economie inclusief te maken, zorgt voor die enorme terugslag en polarisatie, zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw. In de VS zeggen de mensen in feite: "als ik niet mee mag doen, dan wil ik mijn verleden terug". Het is een tegenstelling tussen klassen, tussen stad en platteland, waarbij immigranten de zondebok zijn. Kijk, duurzame economische groei komt niet van de supertalenten. Echte economische groei vindt pas plaats wanneer wij de creativiteit aanspreken van die zeventig procent van de beroepsbevolking die nu buitengesloten is. Wij hebben een actieve vertegenwoordiger nodig voor diegenen die geen deel uitmaken van de creatieve klasse.'
Vertegenwoordiger is een nogal abstract begrip.
‘Omdat ik niet weet hoe het eruit zal zien. We leven momenteel in een periode die het best te vergelijken valt met de tijd rond 1890 en de opkomst van de industriële economie. Die economie viel ook niet duurzaam te bouwen op de industriebaronnen en elite van toen. Klassentegenstellingen en veel strijd waren ervoor nodig om uiteindelijk te komen tot zoiets als vakbonden en de sociaal-democratie. Trouwens, het feit dat de opkomende creatieve economie een exclusieve is, valt ook te wijten aan het politieke falen van links. Amerika heeft twee of drie grote democratische presidenten gekend. De laatste was Roosevelt. Wij hebben de kans gehad met Clinton, maar we hebben het verknald en daardoor de weg vrijgemaakt voor Bush. En in Europa hebben de sociaal-democraten geen agenda en daardoor geen antwoord op de populisten. Het wordt tijd voor een"Creative New Deal".'
Flight is een serieuzer boek dan The Rise of the Creative Class, maar u bent positief over de mogelijkheden van opkomende steden en regio's, die nu vaker dan ooit buiten de VS liggen.
'De economische kracht van de Verenigde Staten lag niet in de technologie, of de geweldige universiteiten of het venture capital. De kracht van Amerika is altijd zijn openheid voor talent geweest. En juist dat laatste staat nu op het spel. Het aantal visa voor buitenlandse studenten en onderzoekers is dramatisch gedaald. In een poging om een tweede Mohammed Atta weg te houden, houdt Amerika waarschijnlijk de nieuwe Bill Gates tegen - om de New York Times te citeren. Dus is het toneel klaar voor het succes van andere steden en regio's. De economische hegemonie van de VS wordt niet zozeer uitgedaagd door India en China, als wel door een scala van steden en regio's. Ik zie daarin twee soorten concurrenten. De een noem ik de "global talent magnets", de andere groep de "global Austins".
De global talent magnets zijn steden zoals Toronto, Sydney, Stockholm en Amsterdam die op agressieve en effectieve wijze talent van over de hele wereld aantrekken. En talentvolle mensen hebben dat door. Jongeren van in de twintig hebben een netwerk aan contacten dat zich over de hele geïndustrialiseerde wereld uitstrekt. Die kunnen overal terecht, maar bij voorkeur kiezen ze steden die als complexe ecosystemen een mix bieden van leefstijlen, studiemogelijkheden, banen en culturele diversiteit. Dat laatste zie je terug in het percentage migranten in een stad, maar meer nog aan de diversiteit aan nationaliteiten. Amsterdam en Den Haag staan daar wereldwijd hoog in.
De global Austins zijn steden die er net als Austin Texas in slagen om hun eigen talent vast te houden en te repatriëren, specifieke technologieën te omhelzen en een sterke nichespeler te worden. Ik denk aan Dublin, Taipei of Bangalore. Zie wat Peter Jackson met Lord of The Rings en de filmbusiness heeft gedaan in Wellington. Toulouse en Hamburg gaan de strijd aan met Seattle voor het ontwerpen en bouwen van vliegtuigen. Antwerpen meldt zich op modegebied bij de top.'
Wat is wijze raad voor steden en regio's in deze toenemende concurrentiestrijd?
'Ontwikkel een attractiestrategie voor talent gebaseerd op de eigenheid van je stad. Imiteer geen anderen, zoals zoveel regio's een Silicon Somewhere wilden zijn. "Don't be a creative somewhere." Zorg voor betaalbare woningen, voor goed openbaar vervoer en voorzieningen. Raadpleeg je gemeenschap. Jong, oud, immigrant, autochtoon, hetero en homo. Voer een cultuurbeleid gebaseerd op kleine, innovatieve en ondernemende initiatieven. Durf te experimenteren. Als je moet kiezen: liever duizend kleine beurzen voor kunstenaars dan één groot museum. Renoveer bestaande ruimten, bescherm je geschiedenis en maak er gebruik van. Zorg dat economische, culturele, wetenschappelijke en beleidsmatige creativiteit bij elkaar komen, dan pas ontstaat stuwende groei. Kijk niet langer naar de redenen waarom bedrijven voor een bepaalde locatie kiezen. In de creatieve economie bestaat een ander wezenlijk proces en dat is de locatiekeuze van mensen. De plek vervangt de bedrijven als organiserende eenheid in de gunst om het talent. Ik heb mijn hoop gevestigd op de burgemeesters van deze wereld. Nationale politici die begrijpen waar het om gaat, kom ik niet tegen, maar iemand als Job Cohen snapt het.'
Wat is ten slotte wijze raad op macroniveau?
'De wereld bevindt zich op een kantelpunt. Laten we deze exclusieve economie zo doorgaan, dan neemt de polarisatie steeds sterker toe. Of halen we meer mensen in de creatieve klasse? Dan is tolerantie meer dan een ander naast je dulden. Tolerantie vraagt om een vorm van proactieve inclusiviteit. Ik zie nog nergens tekenen van een creatieve samenleving hoewel een land als Canada een uiterst succesvolle immigratie- en assimilatiepolitiek voert. Maar er is meer voor nodig, om te beginnen een radicale hervorming van ons onderwijs. Dat heeft nog een structuur uit een industrieel verleden waar het een vehikel was voor opwaartse mobiliteit. Maar creativiteit heeft niets te maken met opwaartse mobiliteit. Het is juist het vermogen om zijwaarts te denken. Menselijke creativiteit is de grote gelijkmaker. Zij maakt geen onderscheid in geloof of geslacht. Zij ziet geen verschil in leeftijd, kleur of seksuele voorkeur. Luister, ik ben gewoon een econoom die de concurrentie tussen Amerikaanse steden ging onderzoeken op verzoek van Pittsburgh. Waar ik op stuitte was een omgekeerd economisch proces dat uitgaat van mensen. Zo kwam ik op mijn theorie van de drie T's. Technologie vloeit naar waar het talent is en tolerantie verklaart de flow van talent. Deze drie dingen blijven overeind: technologie, talent en tolerantie, maar tolerantie is het belangrijkst.'
De Creatieve Economie
Volgens Richard Florida is menselijke creativiteit dé motor van economische groei in de 21ste eeuw en zullen steden in plaats van bedrijven strijden om het talent. Er is een nieuwe economische klasse ontstaan van wetenschappers, onderzoekers, innovatieve ondernemers, architecten, ontwerpers, schrijvers, musici, mediamensen, kunstenaars en consultants - een Creatieve Klasse die zijn geld verdient met creativiteit. In The Rise of the Creative Class laat Florida zien dat steden die Talent, Technologie en Tolerantie weten te combineren de grootste potentie hebben. Talent gaat niet langer de banen achterna, maar bedrijven vestigen zich daar waar het talent zit. Een succesvolle stedelijke omgeving is er een die talent kweekt, koestert en aantrekt, die onderzoek genereert en wetenschappers aan zich weet te binden én die openstaat voor buitenstaanders. Uit onderzoek van Florida blijkt dat de aanwezigheid van kunstenaars (Bohemian Index) en homo's (Gay Index) een bewezen positieve invloed heeft op het vestigingsklimaat. Culturele en etnische diversiteit is belangrijk om open te kunnen staan voor innovaties.
Richard Florida
Prof. Dr. Richard Florida bekleedt de Hirst Leerstoel Openbaar Beleid aan de George Mason Universiteit, Virginia. Tot vorig jaar was hij de Heinz professor Regionaal Economische Ontwikkeling aan de Carnegie Mellon Universiteit in Pittsburgh. Richard Florida is gasthoogleraar geweest aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en de Kennedy School of Government van de Harvard Universiteit. Florida doceert ook aan het Brookings Instituut in Washington DC. Het boek The Rise of the Creative Class: and how it's transforming work, leisure, community and everyday life verscheen in 2002. De Harvard Business Review noemde Rise een van de doorbraakideeën van 2004. Op 12 april verschijnt de opvolger, The Flight of the Creative Class:the global battle for talent. Het is de bedoeling dat er een derde deel verschijnt dat voorlopig The Creative Edge gaat heten en handelt over creativiteit in organisaties.
Auteur: Roy van Dalm
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad
Via: Triceps
